Gedurende geruime tijd vormden de Bell ongelijkheden de basis voor
experimenten waarvan de resultaten Einstein's opvatting van de quantum
mechanica in twijfel trokken. Het meest bekende experiment, dat van Aspect
(1988), leverde een schending van de Bell ongelijkheid op.
Omdat iedere lokale verborgen variabele theorie aan zo'n ongelijkheid moet
voldoen en alleen de quantum mechanica de ongelijkheid kan schenden zijn
locale verborgen variabelen onmogelijk. Einstein werd, na ongeveer 50 jaar,
door de werkelijkheid in het ongelijk gesteld.
In mijn voordracht stel ik de vraag of de generalisatie van de Bell
ongelijkheid, bezien vanuit een mathematisch statistisch standpunt, wel
gerechtvaardigd is. De vraag is of het argument van een komplete quantum
mechanica wel kompleet is. In mijn lezing maak ik gebruik van recente
publikaties die deze twijfel onderbouwen.
Bovendien is gebleken dat uit de klassieke Maxwell theorie van het
electromagnetische veld, de basis van de relativistische quantum mechanica,
de Dirac vergelijking, is af te leiden (J.F. Geurdes, 1995). Historisch
betekent dit dat Maxwell's theorie in zekere zin de relativistische quantum
mechanica in zich verborgen had. Het is dus heel goed mogelijk dat de
quantum mechanica een onbekende theorie in zich heeft, net zo impliciet en
ongeweten als in het geval van Maxwell's 'klassieke' e.m. velden theorie en
de relativistische quantum mechanica.
Referenties:
A. Aspect, J.Dalibard, G.Roger, Phys. Rev. Lett. 50 (1988) 61
J.F. Geurdes, Phys. Rev. E. 51 (1995) 5151